0
Vanaf €15,- geen verzendkosten.
Snelle levering aan huis, maar ook af te halen in de winkel.

"Ons land telt een aantal natuurhistorische musea. Eén grote (Naturalis), een krap dozijn kleinere en een hele rits kleintjes. Allemaal verzamelen ze objecten uit de levende, de verloren en de dode natuur, zaden en zoogdieren, opgeprikte insecten en opgezette vogels, gedroogde planten, schelpen, monsters en vreemde beesten op sap. Ze stellen het tentoon en zijn trots op hun bezit. Gezamenlijk beheren ze een onvervangbare schat, de weerslag van wat ‘biodiversiteit’ in haar meest oorspronkelijke vorm kan zijn. Natuurhistorische musea zijn de archieven van het leven. Van nu en van toen. Een aantal musea legt zich toe op het verzamelen, onderzoeken en tentoonstellen van de sporen uit een veel verder verleden dan de twintigste of de negentiende eeuw. Ze gaan in hun verzameldrang terug tot tijdvakken die met mooie termen als Pleistoceen, Krijt, Jura of Carboon worden aangeduid. Ze verzamelen fossielen en archiveren zo niet alleen de biodiversiteit, maar zijn ook in staat haar ontstaan en haar vormenrijkdom te tonen. Zonder fossielen is biodiversiteit een uit de lucht gevallen en onbegrijpelijk fenomeen. Fossielen laten zien waar we vandaan komen. Wie zich om de natuur van nu en van de toekomst bekommert, om de aarde en het milieu, kan niet om de fossielen heen."

©Sake Elzinga

Jelle Reumer (1953) is als hoogleraar vertebratenpaleontologie verbonden aan de Universiteit Utrecht.
In een uiterst vruchtbare combinatie van evolutiebiologie en paleontologie reconstrueert Jelle Reumer hoe aan de hand van fossiele overblijfselen en biologische verschijnselen de oneindig lijkende biodiversiteit van miljoenen soorten dieren en planten is gevormd. Als auteur van onder meer De ontplofte aap (2005), Opgeraapt Opgevist Uitgehakt (2008), en Een prachtige puinhoop (2009) heeft Reumer zich inmiddels laten kennen als een scherpzinnig onderzoeker, een inventief denker en monter schrijver. In De mierenmens (2011) betoont hij zich de inspirerende gids in het hedendaags museum van de permanent wisselende tentoonstelling van de evolutie. Met De vis die aan land kroop (2013) rondt Jelle Reumer zijn verrassende excursie door de geschiedenis van de evolutie af , niet zonder – bijna terloops – een nieuwe kroondrager van de evolutie uit te roepen. Geleid door het motto van de Griekse filosoof Heraclitus ‘verdrijf de natuur met geweld, steeds keert ze terug’ beschrijft hij in Wildpark Rotterdam (2014) hoe de natuur verrassend maar onvermijdelijk terugkeert in de stedelijke omgeving.