0
Vanaf €15,- geen verzendkosten.
Snelle levering aan huis, maar ook af te halen in de winkel.

De bekeerlinge

In een klein dorp in de Provence wordt sinds mensenheugenis over een pogrom en een verborgen schat gesproken. Eind negentiende eeuw vindt men in een synagoge in Caïro een hoeveelheid opzienbarende joodse documenten. Stefan Hertmans ontdekt de sporen van een voorname christelijke jonkvrouw uit de elfde eeuw, die haar leven vergooide uit liefde voor een joodse jongen. Hij gaat letterlijk achter deze vrouw aan, die samen met haar verboden liefde op de vlucht slaat en een duizelingwekkende tocht aflegt, opgejaagd door alles en iedereen.

Stefan Hertmans baseerde zich voor De bekeerlinge op historische bronnen. Dat brengt hem in een chaotische wereld van passie, haat, liefde en dood, en voert hem uiteindelijk van Caïro terug naar het kleine Provençaalse dorp, waar hij sinds decennia thuis is.

 

 

© Michiel Hendryckx

Stefan Hertmans (1951) publiceerde romans, verhalen, essays en een groot aantal dichtbundels. In 1995 ontving hij de Driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor de dichtbundel Muziek voor de overtocht (1995). Voor Bezoekingen kreeg hij de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap (1995) en de Paul Snoekprijs (1996). Zijn poëziebundels werden tweemaal genomineerd voor de VSB-poëzieprijs, Muziek voor de overtocht (1995) en Goya als hond (2000). Voor de laatstgenoemde bundel ontving hij de Maurice Gilliamsprijs.

In 2016 was hij de auteur van het Poëziegeschenk Neem en lees en verscheen een eigen bloemlezing uit zijn gedichten over de liefde Een beeld van jou. Tot Hertmans' mee st succesvolle prozaboeken behoren de roman Naar Merelbeke (1994, nominatie Libris Literatuur Prijs) en de reisverhalenbundel Steden (1998, nominatie Generale Bankprijs). De roman Gestolde wolken uit 1988 werd bekroond met de Multatuliprijs en de roman in verhalen Als op de eerste dag met de F. Bordewijk-prijs. Na zijn overstap naar De Bezige Bij verschenen de dichtbundel Kaneelvingers (2005), zijn verzamelde gedichten onder de titel Muziek voor de overtocht. Gedichten 1975-2005 (2006), en de essaybundel Het zwijgen van de tragedie (2007) en de roman Het verborgen weefsel (2008). In augustus 2013 verscheen zijn veelgeprezen roman Oorlog en terpentijn. Voor deze roman, die meer dan 200.000 exemplaren verkocht, werd hij bekroond met de AKO Literatuurprijs, de Vlaamse Cultuurprijs voor de Letteren en de Prijs Lezersjury Gouden Boekenuil. Er werden meer dan 200.000 exemplaren van verkocht en het boek verschijnt in vijftien talen.

 

 

Het visioen aan de binnenbaai

Sinds zijn debuutroman Opwaaiende zomerjurken publiceerde Oek de Jong naast essays en dagboekaantekeningen romans die als klassieken in de naoorlogse literatuur worden erkend: Cirkel in het gras, Hokwerda’s kind en Pier en oceaan. Boeken waaraan duizenden lezers zich overgaven, vanwege de concentratie, intimiteit en gepassioneerdheid die eruit spreken. In Het visioen aan de binnenbaai betreedt de lezer de persoonlijke wereld van dezegrote romanschrijver; hij ziet als het ware de achterkant van het weefsel waaruit de grote romans zijn opgetrokken: de drijfveren van de schrijver, diens voorbeelden, herkenningen, fascinaties en obsessies. Zo verhaalt Oek de Jong over het ontstaan van zijn klassieker Opwaaiende zomerjurken en over zijn vriendschappen met de jong gestorven Frans Kellendonk en de gedoemde dichter Arie Visser. Over erotische aantrekkingskracht en mystieke bezieling. Over het verlangen naar het nu en de nabijheid van het verleden. Voor Oek de Jong vormen deze zestien verhalen een ‘zinrijk’, een samenhangend geheel van beelden en ideeën, een beschutting tegen het barre niets. Opvolger van Een man die in de toekomst springt (bekroond met de Busken Huetprijs), dat opnieuw leverbaar zal zijn.

 

© Annaleen Louwes

Oek de Jong (1952) studeerde kunstgeschiedenis. Hij was redacteur bij De Revisor en doceerde aan de universiteiten van Leiden en Berlijn. In 1977 debuteerde Oek de Jong met een verhalenbundel. Zijn doorbraak was in 1979 met de roman Opwaaiende zomerjurken, waarvoor hij de F. Bordewijk-prijs kreeg, gevolgd door het even succesvolle Cirkel in het gras. In 1993 verscheen zijn novelle De inktvis. De verzameling essays Een man die in de toekomst springt, waarvan de tweede vermeerderde druk in 2004 verscheen, werd bekroond met de Busken Huetprijs.

Het werk van Oek de Jong werd onder andere vertaald in

Duitsland en Scandinavië; Een Kreis im Gras, verschenen bij Piper Verlag in München, kreeg lovende kritieken. In oktober 2002 verscheen de roman Hokwerda's kind die bijzonder goed ontvangen werd. Het werd in België genomineerd voor de Gouden Uil en in Nederland voor de Libris Literatuurprijs. Vertalingen verschenen in Duitsland, Frankrijk en Denemarken.

Oek de Jongs dagboek De wonderen van de heilbot verscheen in 2006. In 2012 verscheen Brief aan een jonge Atlas, met zes onbekende, autobiografische teksten uit het begin van Oek de Jongs schrijverschap.

De roman Pier en oceaan uit 2012 stond op de shortlist van de Libris Literatuurprijs en werd bekroond met de Gouden Uil, de F. Bordewijk-prijs en de Zeeuwse Boekenprijs. In 2013 verscheen Wat alleen de roman kan zeggen.

De Jong gaat in dit essay op zoek naar het unieke en het onvervangbare van de roman.