Filters
-
Thema
-
Productvorm
-
Taal
-
Prijs
Resultaten voor 'houria bouteldja'
-
Rednecks and Barbarians
Uniting the White and Racialized Working ClassDefeating the rise of the fascists will take an epic project of anticolonial unity
€ 23,50 -
Eigen volk en immigranten
De inzet van ‘ons’Vertaling Ells Booi, ontwerp Connie Nijman, type-setting Andrea Salerno Kunnen we samen een ‘wij’ worden? Hoe kunnen mensen die nu ‘zij’ tegen elkaar zeggen, ooit samen ‘wij’ worden? In dit boek onderzoekt Houria Bouteldja of groepen die zo verschillend lijken toch kunnen samenwerken. Ze kijkt naar mensen uit de voormalige koloniën en witte arbeiders. Beide groepen worden onderdrukt door dezelfde rijke elite. Kunnen ze elkaar vinden in een gezamenlijke strijd? Bouteldja heeft haar twijfels, maar gelooft dat het mogelijk is. Eerst legt ze uit wat dit moeilijk maakt. Racisme, ongelijkheid en een geschiedenis van slavernij en kolonisatie hebben diepe scheuren veroorzaakt in de samenleving. Mensen vertrouwen elkaar niet en staan ver van elkaar af. Toch ziet ze hoop. Ze laat zien hoe we samen kunnen werken aan een eerlijkere wereld. Door naar gemeenschappelijke belangen te zoeken en samen op te staan tegen racisme en ongelijkheid, kan er een nieuwe vorm van samenwerking ontstaan. Dit boek is een oproep om niet stil te blijven zitten, maar in actie te komen. Bouteldja laat zien dat, ondanks de verschillen, een betere en rechtvaardige samenleving mogelijk is. Over de auteur Houria Bouteldja is schrijver en activist. Ze schreef eerder Witte Mensen, Joden en Wij en is medeoprichter van de Partij van de Inheemsen van de Republiek. Ze werkt nu voor QG Décolonial en Paroles d’honneur.
€ 24,95 -
Witte mensen, Joden en wij
Vertaling Joost Beerten, ontwerp en typesetting Connie Nijman Dit boek is een schreeuw – geen schreeuw om oorlog, meer een schreeuw om vrede. Of liever, het slaat en streelt… …‘linkse’ witte mensen, die een antikolonialistisch goed geweten hebben maar in het grote witte kamp blijven: Sartre, zionist tot het einde, in tegenstelling tot Genet die geen barst om Hitler geeft en voor wie Dien Bien Phu geen nederlaag is. …Joden, ‘die me zoveel aan Arabieren doen denken’, want ‘wat van jullie onze “verre neven” maakt, is jullie verhouding tot de witten. Men herkent een Jood niet omdat hij verklaart dat hij Jood is, maar aan zijn verlangen om in de witheid te willen verdwijnen, massaal achter zijn onderdrukker te gaan staan en de canons van de moderniteit te belichamen.’ Houria Bouteldja doet hen het voorstel ‘om samen weg te gaan uit het ghetto’. …inheemse vrouwen: ‘Ik heb niets te verbergen over wat er bij ons gebeurt. Niet het beste noch het slechtste. In mijn litteken bevindt zich elke impasse waar ik als vrouw op stoot. De wereld is wreed tegen ons. De eer van de familie rust op de snor van mijn overleden vader, die ik graag zie maar die door Frankrijk werd verpletterd.’ …ons, inheemse mensen: ‘Inheemsen van de republiek: we zijn het in Frankrijk, in Europa, in het Westen. Maar voor de derde wereld zijn we wit. Witheid is geen kwestie van genen. Het is een machtsverhouding. De broeders die we daarginds aan hun lot hebben overgelaten, bekijken ons al met een scheef oog. We moeten ons aandeel in de misdaad erkennen. Of eufemistisch uitgedrukt: onze integratie.’ Houria Bouteldja spreekt namelijk niet als buitenstaander: ‘Waarom ik dit boek schrijf? Allicht om vergeven te worden voor mijn vroegere lafheid die de rottige toestand van inheemse mens met zich meebracht.’ Zich voor zichzelf schamen, ‘dat is zo’n beetje onze tweede natuur. “Na padden zijn Arabieren het laagste ras ter wereld,” zei mijn vader. Ongetwijfeld iets wat hij op een werf had opgepikt en zich vanuit zijn overtuiging van gekoloniseerde eigen had gemaakt.’ Een boek dat dringend, zonder zelfingenomenheid moet gelezen worden, om iets van de actuele gebeurtenissen te begrijpen. Vertaling Joost Beerten
€ 27,96 -
Die Weißen, die Juden und wir
Für eine Politik revolutionärer Liebep.114 Dieses Buch ist ein Schrei – kein Kriegsschrei, eher ein Schrei nach Frieden. Es verteilt einige Ohrfeigen, die sich mit Liebkosungen abwechseln. Wer kriegt sie ab? Zuerst die weißen Linken, die sich ihres antikolonialen guten Gewissens sicher glauben, die Komfortzone ihres Weißseins aber doch nicht verlassen: Sartre vor allen, der bis zum Ende Zionist blieb; im Gegensatz zu Genet, der sagte, Hitler sei ihm »egal«, und der die französische Niederlage in Indochina als einen Sieg bejubelte. Dann die Juden, die »[mich] zu sehr an die Araber erinnern«, denn: »Was euch zu echten ›Cousins‹ macht, ist eure Beziehung zu den Weißen. […] Einen Juden erkennt man nicht daran, dass er sich Jude nennt. Man erkennt ihn an seinem Verlangen, im Weißsein aufzugehen, seine Unterdrücker zu umarmen und den Kanon der Moderne zu verkörpern. So wie wir.« Houria Bouteldja schlägt den Juden vor, das Getto gemeinsam zu verlassen. Dann die indigenen Frauen: »Nichts von dem, was bei uns geschieht, halte ich geheim. Vom Besten bis zum Übelsten. Diese Narben bedecken all die Sackgassen, in denen ich als Frau stecke. Die Welt ist grausam zu uns. Die Ehre der Familie gründet auf dem Bart meines verstorbenen Vaters, den ich liebe und den Frankreich niedergedrückt hat.« Schließlich »wir, die Indigenen«: »Indigene der Republik sind wir in Frankreich, in Europa, im Westen. Für die Dritte Welt sind wir weiß. Weißsein ist keine genetische Frage. Es ist ein Machtverhältnis. Die Brüder, die wir zurückgelassen haben, schauen uns misstrauisch an. Wir können uns nicht mehr lange hinter unserem Zeigefinger verstecken. Wir müssen unsere Mitschuld am Verbrechen eingestehen. Euphemistisch gesagt, unsere Integration.« Denn Houria Bouteldja spart sich selbst nicht aus: »Warum ich dieses Buch schreibe? Sicher, um die frühe Feigheit zu sühnen, durch die ich mich an den Hundsverhältnissen der Indigenen schuldig gemacht habe. […] Selbstscham ist für uns so etwas wie eine zweite Haut. ›Die Araber sind die letzte Rasse vor den Kröten‹, sagte mein Vater. Wahrscheinlich hatte er diesen Satz auf einer Baustelle aufgeschnappt. Mit der Überzeugung eines Kolonisierten hat er ihn sich zu eigen gemacht.« +++ »Dieses Buch ist ein mutiger und kontroverser Akt revolutionärer Liebe. Houria Bouteldjas couragierte und kritische Herausforderung—besonders gerichtet an alle von uns, die sich links oder progressiv nennen—stützt sich auf das reiche Erbe von Malcom X, Jean Genet, Aimé Césaire, Audre Lorde, James Baldwin, Frantz Fanon und Chela Sandoval. Einem kraftvollen intellektuellen Plädoyer gegen die imperiale Unschuld folgt ein kehliger Schrei nach einer indigenen revolutionären Politik, die antipatriarchal und antikapitalistisch ist und ihren Antiimperialismus in den Kämpfen und Leiden kolonisierter Völker verankert.« – Cornel West, Professor of Philosophy & Christian Practice, Columbia University, New York City
€ 24,95 -
Rights of Future Generations (Bilingual edition)
PropositionsThe future is now
€ 94,50 -
Whites, Jews, and Us
Toward a Politics of Revolutionary Love€ 22,95