Koempels
Ooggetuigen van de Limburgse mijnen
Second hand products
-
Looking for second hand products...
Description
Het Limburgse woord voor mijnwerker, koelman , betekent letterlijk ‘kuilman’. Veel koelluu , ‘kuilmensen’ dus, werkten op een diepte van meer dan zevenhonderd meter onder zware omstandigheden, bij tropische temperaturen, in lage gangen en onder het voortdurende geraas van machines. De stofontwikkeling bleek funest voor hun longen en het gevaar van instortingen en explosies was groot. Het is dus geen wonder dat deze benedenwereld in de herinnering sterk verbonden is met beelden van afdalen, neergang en het dagelijks verlangen naar herrijzenis. Glu¨ck auf!
Er is ook een ander Limburgs woord dat bij de mijnen past, een woord waarin verbondenheid, loyaliteit en genegenheid besloten liggen: koempels . Het betekent ‘kompanen’, kameraden met wie in wederzijdse afhankelijkheid een zware broodwinning werd gedeeld. Sinds de sluiting van de Limburgse mijnen is een stroom van publicaties op gang gekomen waarin de geschiedenis van de Nederlandse ‘carboonkolonisatie’ uit de doeken werd gedaan. Maar zelden kwamen daarin de koempels zelf aan het woord.
In Koempels wordt niet óver mijnwerkers verteld, maar dóór hen. Omdat het mijnbedrijf sterk hiërarchisch georganiseerd was, heeft Wiel Kusters in dit ooggetuigenboek niet alleen een stem gegeven aan de meest voor de hand liggende arbeidskrachten uit de verzonken wereld van de mijnen, zoals slepers, leerling-houwers, houwers, ploegbazen en opzichters. Ook mijningenieurs, leden van een reddingsbrigade, journalisten, artsen, politici en vakbondsmensen plaatst hij op het podium van een onvergetelijke sociale geschiedenis.
Wiel Kusters (Spekholzerheide, 1947) is neerlandicus en als hoogleraar algemene letterkunde verbonden aan de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht. Zijn eerste dichtbundel verscheen in 1978, in 1998 werd zijn poëzie verzameld in Zegelboom. Gedichten en notities 1975-1989 . Daarna verschenen onder andere De onweerzitting (verhalen, 2000), Als kind moest ik een walvis eten (poëzie, 2002) en het met Huub Beurskens geschreven In duizend kamers . Kusters schreef ook gedichten voor kinderen, o.a. Salamanders vangen en Het veterdiploma en werk voor film en toneel, waaronder de nieuwe tekst voor het vijfjaarlijkse passiespel van Tegelen, Levend bewijs . Hij werkt aan een biografie over Pierre Kemp.
'Kusters schrijft de lezer voortdurend het zand uit de ogen.' de Volkskrant
'Zijn woorden lijken op een goudschaaltje gewogen.' Eindhovens Dagblad
poëzie:
Zegelboom. Gedichten en notities 1975-1989
Ik graaf, jij graaft. Aantekeningen over poëzie (1995)
Als kind moest ik een walvis eten (2002)
Zielverstand (2007)
In duizend kamers (met Huub Beurskens, 2006)
Levend bewijs (2006)
verhalen:
De onweerzitting (2000)