0

Boek van de week: Kunstenaars gaan niet met pensioen

Tijdens de Art Rotterdam Week van 5 t/m 9 februari verandert de stad in een walhalla voor kunst-, design- en architectuurliefhebbers. Ons boek van de week is 'Kunstenaars gaan niet met pensioen', waarin 48 Rotterdamse kunstenaars aan bod komen.

De naoorlogse generatie heeft een groot aantal kunstenaars met een markante en vaak herkenbare beeldtaal voortgebracht. De meesten zijn gevormd op de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten en opgeleid door docenten die te zien waren in eerder genoemde reeks. Velen van hen hebben op hun beurt les gegeven op de academie. Interessant om te zien wat hun invloed is geweest en wat de positieve kentering en waardering ten aanzien van de beeldende kunst in de jaren zeventig als gemeenschappelijke inspiratiebron hieraan heeft toegevoegd. Het heeft zeker de samenwerking onderling en met andere disciplines kunnen bevorderen. Deze kunstenaars, waarvan werk is opgenomen in de Stadscollectie en de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen, die gebruik konden maken van de BKR en andere subsidieregelingen, hebben inmiddels recht op AOW. Zij zijn ‘met pensioen’, maar kunnen of willen niet stoppen met hun creatieve werk.

Naar het boek

Het boek beschrijft niet alleen de artistieke ontwikkeling van deze generatie kunstenaars, maar ook de ontwikkeling van het kunstklimaat in brede zin. Alle kunstenaars in dit boek gaan op een of andere manier in op de ontwikkeling buiten het atelier, op tentoonstellingslocaties, de markt, de galeries, op overheidsondersteuning, op de ontwikkeling van het kunstvakonderwijs e.d. Het boek is dus meer dan alleen een beschrijving van 48 individuele artistieke carrières en oeuvres. Het beschrijft ook de ontwikkeling van de stad Rotterdam als stad waarin beeldende kunst steeds serieuzer werd genomen. Juist in de periode waarin deze generatie kunstenaars tot wasdom kwam, en waarin het verbeterde kunstklimaat ervoor zorgde dat Rotterdam door vele kunstenaars van buiten een goede woon- en werkstad werd bevonden. Het innovatieve kunstbeleid van de Rotterdamse Kunststichting en later het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam heeft hieraan in ieder geval een positieve impuls gegeven.